dinsdag 11 juli 2017

Vliegtuig hectiek

We verlaten Sumatra en dat gaat niet zonder slag of stoot. Wat een doordeweekse vlucht van Medan naar Jakarta moest zijn, werd een Poolse landdag, maar dan op zijn Indonesisch. Tjonge, wat kunnen die fel zijn!


Het vliegtuig van Lionair kwam vanuit Banda Aceh al met vertraging aan in Medan. Om 18.30 uur zouden we doorvliegen naar Java. De vlucht stond al snel met vertraging op het bord. Daarna werd nog eens twee keer omgeroepen dat het vliegtuig later zou vertrekken. De laatste melding werd met hoongeroep ontvangen.
Om een uur of 21.30 uur kregen we het sein dat we konden instappen. Marco en ik sloten wat later in de rij aan. Er zitten nadelen aan als je je niet gelijk meldt, weet ik nu. Toen er nog ongeveer twintig mensen in de rij stonden, werden de deuren gesloten. Ik begreep uit de toelichting van het grondpersoneel dat de capaciteit van het vliegtuig niet voldoende was. Men kon in een hotel gaan slapen en zich de volgende dag melden voor de eerste vlucht naar Jakarta. Ik dacht dat de hel los brak.


Mannen vlogen op het personeel van Lionair af en een man werd bij zijn keel gepakt. Een vrouw schreeuwde zoals in films Touaregs doen, waardoor de mannen nog eens extra werden aangespoord om zich te laten gelden. Een groepje mensen slaagde erin langs de bewaking naar de gate te rennen, beveiligingsbeambten renden er achteraan. In de wachtruimte renden anderen weer langs het glas om een glimp op te vangen van hetgeen bij de gate gebeurde. Het was een gekkenhuis.
Ik deed ook een duit in het zakje in de hoop dat er toch nog enkele mensen mee konden met deze vlucht naar Jakarta. In mijn beste bahasa legde ik uit dat onze koffers in dat vliegtuig zaten en dat we de volgende dag zouden doorvliegen naar Holland. Een beetje overdrijven was – gezien de hectiek – wel geoorloofd, vond ik. Intussen waren de ‘ontsnapte’ mensen door de beveiliging met zachte dwang weer naar de wachtruimte geduwd, althans ik hoorde de vrouw weer gillen met klakkende tong.


Na telefonisch overleg kwam het grondpersoneel met een oplossing. De passagiers die al in het vliegtuig zaten, zouden weer naar de wachtruimte komen en iedereen zou met een groter vliegtuig naar Jakarta vliegen. Het leek mij een geweldige oplossing, maar de meeste Indonesiers reageerden kwaad op dit bericht. Inmiddels kwamen de andere passagiers weer terug naar de wachtruimte, ook kwaad natuurlijk. De grondstewardess werd zowat belaagd, terwijl haar mannelijke collega’s nergens te bekennen waren. Een man stormde op haar af, met zijn tas zwaaide hij tegen haar bureau. Het was de man die eerder haar collega bij de keel had gegrepen. Even daarvoor had ik de vrouw zien bellen. Op haar telefoon stond een foto van een schattig kindje. Ik moest haar helpen en ging tussen haar en het publiek in staan. “Dit is een vrouw en moeder van een kindje”, riep ik naar de heethoofden voor haar. Ik vroeg aan iemand naast me wat er aan de hand was. Er was toch een ander, groter vliegtuig? Het bleek dat de mensen het vliegtuig niet vertrouwden. Dit was een ‘emergency plane’ en men wilde eerst een garantie van de piloot dat het vliegtuig veilig was.


Een jongeman sprak me aan in het Engels en vroeg me of ik wist wat er aan de hand was. Hij wachtte eigenlijk bij een volgende gate maar was op het kabaal afgekomen. Lachen dat ik de situatie moest uitleggen terwijl ik zelf met moeite uit het geschreeuw wat zinnigs kon opmaken! De student vertelde dat hij op een vlucht naar Malang wachtte. Daar moest hij de volgende dag een test doen om zich te kunnen aanmelden voor de universiteit. Ik verbaas me er niet meer over dat mensen van hot naar her reizen hier over afstanden die we thuis alleen afleggen in de zomervakantie. Marco was intussen een gesprek begonnen met een jongeman die morgen een ‘shooting’ moest doen voor een korte film. Eigenlijk werd het best gezellig.
Bij de ingang van de gate was weer een opstootje. Een man hield een papier omhoog. Er stond een verklaring op, zo vertelde hij, dat het vliegtuig veilig was. Een stempel en handtekening maakten het stuk officieel. Iedereen maakte een foto van het papier. Al zal het niet veel helpen dat je een foto op je mobiel ervan hebt als het vliegtuig naar beneden stort. Rond middernacht konden we dan ‘boarden’. In het vliegtuig werden de stewardessen met argusogen gevolgd. Mijn buurman keek angstig naar het plafond waar wat condensdruppels zaten. Voorlopig zijn we onderweg.
Na de landing werd door iedereen zowaar een spurt ingezet. En masse stond men voor een balie met de boardingpass in de hand. Het was geen douane, zouden daar de koffers worden neergezet? Ik ging eens kijken. Een vrouw vertelt dat het om ‘compesasi’ gaat van Lionair. Wij gaan snel alweer terug naar Nederland en die papierwinkel duurt waarschijnlijk te lang voor ons. ‘Cash!’ roept ze als antwoord. Driehonderdduizend roepiah per persoon, dat is wel waard om in de rij te gaan staan. Bovendien bedenk ik dat het ook beledigend is als we schouderophalend weglopen hiervoor. Na veel geduw en getrek, de man die eerst zo kwaad werd, staat nu weer te schreeuwen en tegen de balie aan te schoppen, veel formulieren en stempels, kunnen we de stad in. Jakarta, here we come!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten